Oliemolen “de Hen”
Het oude wijkgebouw heette “de Hen”, genoemd naar een oude Zaanse Oliemolen die aan de Zwette stond rond 1850-1860. Rond 1885-1890 werden de molen en de daarbij behorende gebouwen opgekocht om woningen te maken voor de werknemers van de zuivelfabriek “Normandia”. In het oude onderstuk van de molen werd een gevelsteen aangebracht, voorstellende een kip bij haar nest met eieren.
Nadat het gehele complex was afgebroken,verhuisde de steen naar het Fries Scheepvaartmuseum, maar nu is hij ingemetseld in de rechter pijler van de nieuwe brug aan de kant van de Berkenlaan.

De Zwette staat vanouds in open verbinding met de wateren van Westergo en was tot 1859 volledig gescheiden van de wateren in Oostergo. Aanvankelijk was er langs de Zwette zelfs geen enkele verbinding over het binnenwater tussen de beide delen van Fryslân. Pas in de jaren 1507-1509 werd tussen Leeuwarden en Ritsumasyl een verbinding gegraven die het mogelijk maakte rechtstreeks van de Friese hoofdstad naar Franeker en Harlingen, maar ook naar Sneek te varen. Om deze laatste stad te bereiken werd de

Zwette, die tot dan toe een smalle ondiepe grenssloot was, verbreed en verdiept. Een steen met inscriptie over het “slatten” (graven) is te vinden op de zuidgevel van de herberg aan de Dillesyl.
De inpoldering van de Middelzee ter hoogte en ten noordwesten van Leeuwarden had verstrekkende gevolgen voor de afwatering van met name Westergo. Vandaag de dag hebben de nieuwlanden van Westergose dorpen als Deinum en Boksum nog immer hun afwatering op de grenssloot de Zwette.
Uit: Leeuwarden 750-2000, hoofdstad van Friesland.